Mode is steeds betaalbaarder geworden, maar de prijs daarvoor wordt vaak betaald door het milieu én door arbeiders in de kledingfabrieken. Doe dus zo lang mogelijk met je kleren en koop slim en duurzaam. Ontdek welke milieukwesties een rol spelen in kledingproductie. Nederlanders kopen ieder jaar ongeveer vijftig kledingstukken. Minder nieuwe kleding kopen scheelt tonnen CO2.

Omdat bij ieder soort kledingmateriaal andere milieufactoren een rol spelen, is het lastig om iets te zeggen over de totale impact van kledingstoffen. De ene stof is klimaatvriendelijker in productie van de ruwe vezels, maar draagt bij het wassen bij aan de plastic soep. De andere stof vraagt veel bestrijdingsmiddelen, maar is goed recyclebaar.

Welke stof je kiest hangt vaak af van het gebruik. Je gaat bijvoorbeeld niet hardlopen in een zijden jurkje of binnen dansen in een wollen trui. Koop het liefst tweedehandskleding en anders kleding van gerecyclede materialen.

Klimaatverandering

De productie van kledingstoffen belast het klimaat, omdat tijdens de productie broeikasgassen vrijkomen. CO2, en bij natuurlijke vezels ook methaan- en lachgas zorgen voor het  opwarmen van de aarde. Hoe meer broeikasgassen bij het productieproces vrijkomen, hoe meer de stof bijdraagt aan de opwarming van de aarde.

Wat zorgt bij de productie van kledingstoffen voor broeikasgassen?

  • Gebruik van fossiele brandstoffen (olie, kolen, gas). Voor veel processen is energie nodig. Bijvoorbeeld om gewassen te verbouwen (katoen, bamboe, hout), stallen en schuren te verwarmen, olie voor synthetische vezels te winnen en in de fabriek om stoffen te maken;
  • Schapen produceren methaan bij het verteren van voedsel. Die komt via boeren en winden in de lucht. Methaan is een sterk broeikasgas.

Waterstress

Bij de productie van kledingstoffen is water nodig. Waterstress laat de relatie tussen watergebruik en waterschaarste zien in een gebied. In een droog gebied ontstaat sneller hoge waterstress. Dan kan er een gebrek aan schoon drinkwater ontstaan door het verbouwen of produceren van kledingstoffen.

Bij kleding van natuurlijke materialen wordt er water gebruikt om de gewassen te verbouwen. Daarnaast is er water nodig voor het maken van de doeken uit de vezels. Ook bij het maken van stoffen uit synthetische vezels is water nodig. In de katoenteelt wordt heel veel water gebruikt, katoenplantages liggen vaak in gebieden waar water schaars is.

Kledingreparatie

Is uw kleding stuk of kan het vermaakt worden? Zoek dan naar een naaiatelier bij u in de buurt. U geeft uw kleding dan een tweede ronde, dit is ook goed voor uw portemonnee.

Draag je je kleding niet meer? 

  • Breng het dan naar de textielbak. Naast kleding mogen ook linnengoed, doeken, schoenen, lappen, dekens en lompen in de textielbak. Ook kapotte kleding is welkom. Het textiel mag niet nat zijn of vervuild met olie of verf. Je kunt kleding en textiel in de daarvoor bestemde bovengrondse containers gooien. In de afvalkalender kun je de locaties vinden.
  • Je kunt kleding en textiel ook brengen bij de kringloopwinkel en het afvalaanbiedstation of de milieustraat.
  • Textiel wordt door Opnieuw en Co ingezameld. Het wordt in het textielsorteercentrum gesorteerd naar soort en kwaliteit. Hier levert uw textiel werk op voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Draagbare kleding wordt vermarkt aan diverse organisaties in binnen- en buitenland, waaronder de Opnieuw en Co kringloopwinkels. Kleding wordt zo opnieuw gedragen. Kapotte kleding en ander textiel wordt verwerkt tot onder andere poetslappen, matrasvullingen, isolatiemateriaal en garens voor nieuw textiel.